Zo, dat is eruit. Het zinnetje spookt al weken rond in mijn bovenkamer, maar na het afgelopen weekend weet ik dat de tijd rijp is om ‘m op te schrijven.
Als ik ’s ochtends de Nederlandse autosportwebsites afstruin, kom ik dezer dagen de gekste berichten tegen. ‘Sainz zit scheet dwars’, ‘Hamilton danst de polka’, ‘Leclerc koopt hamburgers met korting’ of ‘Verstappens triceps nu dubbellaags’, en teksten van dat soort.
Plaatselijke kermis
Het merendeel van de artikelen gaat over Formule 1. Snap ik wel, Max Verstappen heeft het aan de man gebracht. Voor wat betreft ‘aandacht van de goegemeente’ is Formule 1 voor de media zaligmakend. Daarom worden we ermee neergeslagen. Klikken, dat doen de meesten wel. Toch werd mijn onderbuikgevoel weer bevestigd. Dat het in werkelijkheid helemaal niet zo zaligmakend is. Aanleiding: de 24 uur van Daytona.
Een etmaal lang was het autosportpareltje in Amerika boeiend – letterlijk, van begin tot einde zaten fans billenknijpend voor de beeldbuis. Na afloop van de wedstrijd vlogen de complimenten over en weer als de bal in een lange tennisrally. Coureurs loofden élkaar, teambazen en monteurs deelden schouderklopjes uit, iedereen was een held. De winnaars, de net-niet winnaars, de podiumklanten, de notoire middenmoters, zij die op zeshonderdtachtig ronden achterstand kruipend over de eindstreep kwamen; elke deelnemer kon op de waardering rekenen die normaliter enkel oorlogsveteranen is voorbehouden.
Die waardering ontbreekt in en rondom Formule 1. Daar gaat het als volgt: twintig mannen stappen in hypermoderne dartpijlen welke als special effect hebben dat ze mekaar amper inhalen, raggen anderhalf uur rond en uiteindelijk wint Lewis Hamilton. Zij die op het podium staan drinken wat champagne, roepen iets als ‘we komen eraan’, weten stiekem wel beter en vliegen naar huis. Men beschrijft de winnaars als Germaanse goden en vergelijkt achterblijvers met de inhoud van een afvoerputje. Het grut dat buiten de top zes finisht is niet interessant. Zij die strijden om P14 worden afgeschilderd als dusdanig wilsonbekwaam, dat ze op de plaatselijke kermis hun botsautootje niet eens onder controle krijgen.
Watertanden
Kevin Magnussen werd tot voor kort onder dat laatste kopje geschaard. In de gemotoriseerde bolderkar van Haas kwam hij er niet aan te pas. Kwestie bolide-doet-niet-wat-ik-wil, maar dat leek menigeen te ontgaan. Het aantal keren dat ik zinsneden las als ‘niet goed genoeg’ is ontelbaar. ‘Onbesuisd’, ‘wild’, ‘lui’, dat soort uitingen – Magnussen was volgens de goegemeente in alle gevallen geen topmateriaal.
Op Daytona scheurde K-Mag rond met een échte racewagen. Niet zo’n Formule 1-ding met een opgevoerde bladblazer in het achteronder, maar een old school monster. Zijn nieuwe kantoorruimte beviel direct – de cockpit van de perfect gestylede Cadillac DPi-V.R. zat als een maatpak. De Amerikaanse commentatoren deden watertandend verslag van ‘Jan’s son’. Waar, in vredesnaam, komt deze pijlsnelle coureur vandaan en wie is er zo debiel geweest om hém te laten lopen?
Magnussen stond twee weken lang met een overweldigende grijns op zijn stoere Scandinavische gelaat. Plots leek-ie weer die dolenthousiaste Kevin, de vrolijke peuter die met zijn trapautootje de achtertuin van het ouderlijk huis onveilig maakte, of de doelbewuste puber die iedereen overduidelijk maakte dat niet Sergio Pérez, maar híj de beste keuze was voor McLaren. Magnussen straalde lol uit. Iedereen liet hem in zijn waarde. Daytona, en die Cadillac, dát was zaligmakend.
Chocopasta
Formule 1 niet. Enkel het handjevol coureurs dat op de juiste plaats zit profiteert, de rest is figurant. Zij die niet opvallen, worden afgeschreven. Kamui Kobayashi is ook zo’n voorbeeld. Over Kobayashi is de lijst vooroordelen want-hij-is-Japans langer dan de gemiddelde wolkenkrabber, maar ondertussen wordt hij door grote automerken ingehuurd omdat-ie zo verschrikkelijk goed kan autoracen. En zo zijn er nog vele tientallen waaraan normaliter geen woord wordt besteed.
Misschien kunnen we autocoureurs wat meer in hun waarde laten. Ook als ze niet aan kop in de Formule 1 rijden. Duizenden mannen en vrouwen zetten prestaties neer waar de gemiddelde Jan met de pet in diens Fiat Puntootje met het hoofd niet bij kan. Zij zijn veel meer dan omhooggevallen jandoedels met een helmpje op.
Ik zou eigenlijk veel liever over hun indrukwekkende prestaties lezen, dan over een dansende Formule 1-wereldkampioen of een Formule 1-debutant die geen chocopasta lust.
René Oudman
Twitter: @reneoudman
Joeppp
Posts: 7.843
Ik zou eigenlijk veel liever over hun indrukwekkende prestaties lezen, dan over een dansende Formule 1-wereldkampioen of een Formule 1-debutant die geen chocopasta lust."" Ik zou zeggen bel je eigen redactie eens en begin met deze site. Je bent zelf in de positie om hier iets aan te doen. Dat wij... [Lees verder]