Wat, als? Er zijn genoeg autosportcarrières waarop die twee woorden van toepassing zijn. Neem bijvoorbeeld die van Pedro Lamy, een Portugese coureur die in de juniorcategorieën alles won wat los en vastzat, maar na een bizar ongeval in de Formule 1 er op het hoogste niveau nooit aan te pas kwam.
Lamy’s lot is overschaduwd geraakt door de dramatische gebeurtenissen uit de meimaand van 1994. Immers, de kleine Portugees beleefde die zware crash kort nadat Ayrton Senna was verongelukt. Net als het verhaal van Karl Wendlinger is dat van Lamy in de loop der tijd ondergesneeuwd geraakt. Vandaag is het precies 28 jaar geleden. GPToday.net blikt terug.
Komeet
José Pedro Mourão Lamy Viçoso wordt op 20 maart 1972 geboren in het pittoreske Aldeia Galega de Merceana, dat vijftig kilometer landinwaarts ten opzichte van hoofdstad Lissabon is gelegen. Als zoon van de lokale tweedehands autohandelaar komt Pedro reeds op jonge leeftijd in aanraking met vierwielers, al vindt hij het motorcrossen in eerste instantie interessanter. Pedro blijkt een natuurtalent: hij wint talloze wedstrijden en titels.
Als dertienjarige stapt de kleine Portugees over op vierwielers, om nauwelijks aanpassingstijd nodig te zijn. Twee jaar later is-ie nationaal vicekampioen in het karting, in 1988 pakt-ie de titel. Pedro ontwikkelt zich als een komeet. In het Portugese Formule Ford 1600-kampioenschap veegt hij de vloer aan met zijn concurrenten, om ook op continentaal niveau uit te blinken. In zowel 1990 als 1991 verovert-ie, samen met Diogo Castro Santos, de prestigieuze Formule Opel Nations Cup.
Niemand twijfelt eraan of Pedro klaar is voor het grote werk. Een overtuigende Formule Opel Euroseries-titel (1991) draagt bij aan het idee dat de Portugees zo snel mogelijk richting opstapklassenladder moet. Formule 3 is de bedoeling – Willi Weber, de latere manager van Michael Schumacher, is op dat moment teambaas in die klasse. Hij neemt Pedro graag onder zijn hoede. Pedro kan rekenen op de adviezen van Domingos Piedade, een wandelende alleskunner die zijn sporen reeds heeft verdiend op en (vooral) naast de baan.
Voorbestemd
Wat volgt, is pure genialiteit. In een veld met latere Le Mans-winnaar Marco Werner, toekomstig F3000-kampioen Jörg Müller en de uiteindelijk oostwaarts getrokken Michael Krumm geeft Pedro een visitekaart ter grote van heel Europa af. Het Duitse Formule 3-kampioenschap van 1992 is niet meer dan een doodeenvoudig spelletje voor de Portugees, die liefst elf races wint – waarvan vier opeenvolgend. Tussendoor zegeviert hij ook nog in de Marlboro Masters op Zandvoort. Eén jaartje F3 en de kenners weten voldoende: deze jongen is voorbestemd om de F1 te halen.
In 1993 promoveert Pedro naar de Formule 3000, destijds de laatste halte voor de F1. Bij Crypto Engineering, de renstal die in 1992 kampioen werd, betaalt de Italiaanse hobbyracer Guido Knycz het feestje en dus hoeft Pedro niet aan centen te denken. Pedro is snel – razendsnel, want wat hij met een oude Cosworth DFV-motor voor elkaar krijgt, doet niemand hem na – maar ook brokkengevoelig. Goed, Pedro wint de prestigieuze Grand Prix de Pau, op het onvergeeflijke stratencircuit, maar gooit op Sicilië dure punten weg in een onbezonnen jacht op leider David Coulthard.
Als de rookwolken van het F3000-seizoen ’93 optrekken, blijkt Pedro een tweede plaats in de eindklassering te hebben veroverd, slechts één puntje achter kampioen Olivier Panis, maar ruim voor types als Coulthard en Gil de Ferran. Nog voor de slotrace zit-ie al in een Formule 1-wagen: Alessandro Zanardi is keihard gecrasht op Spa-Francorchamps en het team Lotus heeft een vervanger nodig.
Achter het stuur van een 107B doet Pedro eigenlijk niets speciaals. Hij rijdt op Monza, voor eigen publiek op Estoril, op Suzuka en in Adelaide – finisht tweemaal en vliegt er twee keer af. Toch heeft Lotus vanwege de bewonderenswaardige opleidingsroute van de kleine Portugees voldoende fiducie in hem. Wat ook meespeelt, is dat er verschillende investeerders rond Pedro bivakkeren. Marlboro legt graag een centje bij, het circuit van Estoril betaalt hier en daar een rekening en het Portugese energiebedrijf Galp trekt de portemonnee. Voor een team dat de knaken goed kan gebruiken – Lotus – geen onbelangrijke factor.
Senna’s dood
Pedro mag in 1994 zijn eerste, volledige Formule 1-seizoen afwerken als teammaat van Johnny Herbert, die door velen als een groot talent wordt gezien die zijn grote kans telkens heeft misgelopen. Men verwacht dat Herbert zijn jonge teammaatje de oren wast, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Pedro zijn meer ervaren collega met name op Aida prima kan bijbenen. De seizoensstart in Interlagos levert een tiende plaats op, in Japan wordt Pedro zelfs achtste.
Wat volgt is het veelbesproken Sanmarinese Grand Prix-weekend. De verhalen zijn bekend: Rubens Barrichello beleeft een hels ongeval op vrijdag, Roland Ratzenberger verongelukt op zaterdag en in de race op zondag vliegt Ayrton Senna vanaf de leiding tegen de betonnen muur bij Tamburello, waardoor hij komt te overlijden. Pedro speelt een belangrijke rol in het tragische gebeuren.
Bij de start van de race blijft nummer vijf J.J. Lehto namelijk staan. De Benettoncoureur wordt door menigeen ternauwernood ontweken, maar Pedro ziet hem veel te laat. De Lotus met startnummer elf scheurt de hele linkerzijde van Lehto’s achterkant open, om daarna tegen de vangrail te klappen. Zonder vleugels en zonder banden aan de eigen rechterkant, met een opengereten rechterflank, schuift Pedro over de baan. Wonderbaarlijk genoeg kan hij op eigen kracht uitstappen – zijn race zit er echter op. Er wordt een Safety Car uitgebracht, die uiteindelijk zal leiden tot Senna’s dood.
Voetgangerstunneltje
De Formule 1-wereld is in rep en roer. Hoe kan het in vredesnaam gebeuren dat er twee van de 28 coureurs zijn verongelukt, en dan ook nog in hetzelfde raceweekend? Terwijl de FIA bij zichzelf te rade gaat hoe de sport veiliger te maken, gaat het vrijwel direct weer mis. In Monaco slaat Karl Wendlinger op hoge snelheid tegen het muurtje bij het uitkomen van de tunnel, waardoor hij bijna twee weken in coma ligt en nooit meer op zijn oude niveau zal terugkeren.
Ook bij Team Lotus gaan de gebeurtenissen niet in de koude kleren zitten. Na een in allerijl verstuurd decreet van de FIA om downforceniveaus significant af te laten nemen, test Lotus in Silverstone met een wagen die veel minder aerodynamische grip aan de achterzijde heeft. Pedro en teammaat Herbert worden naar buiten gestuurd om de gewijzigde bolide te testen.
Wat er precies gebeurt is anno 2022 nog steeds een raadsel, maar vanuit Herberts perspectief voltrekt zich een vliegtuigramp. De Brit ziet de staande ligger van Pedro’s achtervleugel los wapperen, waarop diens Lotus onbestuurbaar richting de omheining raast. De klap – Pedro rijdt juist door een razendsnelle linkerknik – is dusdanig hard, dat zijn wagen in drie grote stukken breekt. Pedro wordt met cockpit en al over de hekken gesmeten en landt in een voetgangerstunneltje naast de tribune. Herbert durft, uit angst voor het doemscenario, eigenlijk niet te kijken.
Als hij dat toch doet, vindt hij zijn teammaat, die bewusteloos uit een verfrommeld stukje opengereten koolstofvezel hangt. Pedro wordt naar het ziekenhuis afgevoerd en blijkt wonderwijl niets meer kapot te hebben gereden dan zijn knieschijven en een dijbeen.
Piepen en kraken
Het seizoen 1994 is nog maar vier races oud, maar Pedro kan het restant op zijn buik schrijven. Ironisch genoeg neemt Zanardi zijn plaats in – voor de Portugees rest een revalidatietraject, waaraan hij een goed half jaar kwijt is. Als Lotus tegen het einde van het seizoen failliet gaat en Pedro in de acht wedstrijden die hij voor zijn ongeval heeft gereden niet genoeg heeft (kunnen) laten zien om topteams van zijn rijtalent te overtuigen, wordt het voor de talentvolle twintiger zoeken naar een opening.
Sauber biedt Pedro een testkans, maar als de rondetijden van Wendlinger niet eens zo slecht blijken, kan de loyale Peter Sauber het niet laten zijn razendsnel herstelde Oostenrijkse pupil een kans voor 1995 te bieden. Het uit de F3000 gepromoveerde Forti kiest voor een andere Pedro, namelijk de Braziliaan Pedro Diniz, die iets meer centen heeft dan zijn Portugese naamgenoot. Zodoende staat Pedro Lamy met lege handen en moet hij toekijken hoe het nieuwe F1-seizoen van start gaat.
Als Minardi halverwege 1995 in financiële problemen komt, moet oudgediende Pierluigi Martini het veld ruimen zodat Pedro de kas kan spekken. Anderhalf jaar doet hij dat plichtsgetrouw – zijn optredens na het zware ongeval met de Lotus op Silverstone doen vermoeden dat Pedro geen schim meer is van de coureur die hij daarvoor was. Met piepen en kraken verovert Pedro een puntje in Adelaide, zij het na een gênante dubbele spin, en vooral dankzij vijftien uitvallers.
Endurance
In 1996 werkt Pedro zijn enige volledige Formule 1-seizoen af. Paydrivers Tarso Marques en Giovanni Lavaggi heeft hij gemakkelijk in de tang, maar wonderkind Giancarlo Fisichella haalt dat laatste beetje marktwaarde dat Pedro nog had genadeloos weg. Na ’96 is Pedro Formule 1-coureur af. Evenals Wendlinger eerder, trekt Pedro naar de GT-wereld, waar hij in 1998 wereldkampioen wordt. In 2004, ’06 en ’07 wint Pedro de Le Mans Series-titel, de gelijknamige legendarische langeafstandsrace wint hij eenmaal (2012), zij het in de GTE Am-klasse.
Jarenlang begeleidt Pedro de gentleman driver Paul Dalla Lana, samen vormen ze een team bij Aston Martin. Het tweetal wordt samen met Mathias Lauda – de zoon van – in 2017 kampioen in het World Endurance Championship, uiteraard in de GTE Am. Na 2019 hangt Pedro zijn helm aan de wilgen, eerder dit jaar ziet hij Abraham. Menig autosportkenner denkt nog altijd aan de naam Pedro Lamy bij het spreken van de woorden wat, als.
Jimmy the Gent
Posts: 3.203
ik zit me het volgende te bedenken,
wat als Jos de eerste 2 races naar behoren had gepresteerd, dan had Flavio voor de race in San Marino Letho niet terug in de wagen gezet, die had vervolgens de wagen niet laten afslaan, Lamy er niet op gecrasht, geen safetycar, Senna niet verongelukt.
Kortom; a... [Lees verder]